Commodore Randapparatuur: Vic 1541

Eindelijk, een diskdrive voor iedereen. Ondanks wat problemen met de serieële bus en I/O (zie het hoofdstukje over de VC1540 diskdrive) kwam er eindelijk een goede en betaalbare diskdrive op de markt.

De drive is single sided, single density en je kan 170Kb gegevens kwijt op de diskette (aan één zijde dus…). Er wordt gebruik gemaakt van de zogenaamde CBM serial bus en CBM DOS 2.6. De eerste VC1541’s die werden verkocht hadden dezelfde cremekleur als de VC1540 alsook hetzelfde moederbord (het enige verschil was een nieuwe ROM). Na een tijdje werd er een nieuw moederbord ontworpen en kwam de grijs/bruine buitenkast voor het eerst op de markt. In Duitsland werd de drive VC1540 genoemd naar de afkorting van de term Volks Computer. Net als alle andere Commodore diskdrives zijn ook deze drives “slim”. Ze bevatten namelijk een eigen processor, geheugen en een disk operating systeem. In feite lijkt de relatie tussen de Commodore computer en z’n diskdrive een beetje op een netwerk met twee computers. Alle randapparatuur heeft een eigen identificatienummer, oftewel “Unit Number”, bij de diskdrive is dat standaard nummer 8.

Technische specificaties: 5.25″ Floppy Disk, Single Sided, Single Density, 170K per disk, Interface: CBM Serial Bus, CBM DOS 2.6
 
When Commodore released the C64, there was a need for a new disk drive, since the VC1540 (meant for the VIC20) wasn’t 100% compatible with the new computer. This drive became the well-known VC1541. The first 1541s sold had the same off-white color as the 1540, as well as the old motherboard (the only difference being a new ROM). After a while, a new motherboard was designed, and later the familiar brown (or grey, as the case may be)was introduced. In Germany, the drive was initially called the VC1541, parallelling the VIC-20’s designation as the VC-20 (Volkscomputer, “People’s Computer”). Although these disk drives used a new serial interface, the principle design of Commodore disk drives and CBM DOS remained the same. Like all Commodore disk drives, these drives were “smart” devices. They included their own processor, their own memory, and their own disk operating system. In fact, the relationship between a Commodore computer and it’s disk drive resembles more closely two computers on a network than a typical Computer->peripheral relationship. The peripherals on the Commodore serial “network” each had a unique identifying “Unit” number, typically ranging from 8-30. This number identified which physical device was being accessed.
Technical specifications: 5.25″ Floppy Disk, Single Sided, Single Density, 170K per disk, Interface: CBM Serial Bus, CBM DOS 2.6